Printen Print this page
Beeldmerk Provincie Flevoland
Logo Provincie Flevoland



 

Try-out ‘buurvrouw voed je kind eens op’

De provinciale jeugdzorginstellingen en de Centra Jeugd en Gezin van Urk en Lelystad hebben de handen ineengeslagen en een theaterworkshop over opvoeden ontwikkeld. Deze is bestemd voor ouders en leerkrachten uit het basisonderwijs.  De try-out van ’Buurvrouw voed je kind eens op’  vond onlangs plaats in een volle Statenzaal van het provinciehuis.

Het publiek, waaronder veel leerkrachten, werd geconfronteerd met verschillende dilemma’s die ouders bij het opvoeden tegenkomen. De zaal mocht al tijdens de voorstelling reageren op de door de acteurs geponeerde vragen.

Bijvoorbeeld: moeten ouders het altijd eens zijn over de manier van opvoeden?  Wat doe je bij ongewenst gedrag van je kind? Mag je je bemoeien met de opvoeding van de kinderen van je buurvrouw? Hoe breng je je kind zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid bij? 

De reacties uit het publiek waren positief. Een leerkracht van een basisschool vond dat het stuk grote kwaliteit had, door zeer bekwame acteurs werd gespeeld en heel herkenbare situaties liet zien. "De afwisseling tussen de scènes en de interactie met het publiek houdt de aandacht goed vast. " De leerkracht noemt het een groot pluspunt dat niks wordt opgelegd: "Het heft geen belerende vinger op, maar leidt wel tot bewustwording bij het publiek. Dat werd beaamd door een hulpverlener: "Een erg leuke manier om met ouders in contact te kunnen komen, iets van deze tijd."

Met zoveel deskundigen in de zaal en door de aanwezigheid van zoveel ouders leverde dit een levendige discussie op: een leuke, inspirerende en leerzame avond.

'Buurvrouw voed je kind eens op’ wordt uitgevoerd door  theatergezelschap Thot. Het stuk zal om te beginnen worden uitgevoerd  op drie scholen in Urk, en op acht Lelystadse scholen. Meer informatie is is te verkrijgen bij de Centra Jeugd en Gezin op Urk en in Lelystad. Zie daarvoor de rechterkolom . In dezelfde kolom staat ook een verwijzing naar een reactie op de voorstelling van gedeputeerde jeugdzorg Marc Witteman.