
Met de meeste Flevolandse jongeren gaat het goed. Dat is te danken aan veel mensen en instanties die zich daarvoor inzetten: van ouders tot leraren, van jongerenwerkers tot politie. Maar niet met alle jongeren in Flevoland gaat het goed. Deze groep heeft extra aandacht nodig, want als het met de Flevolandse jongeren niet goed gaat, dan gaat het niet goed met de toekomst van Flevoland.
De provincie is de spin in het web van de jeugdzorg: ze regisseert, coördineert en neemt initiatief. We brengen instanties samen, verdelen budgetten, maken beleid en we overleggen met bijvoorbeeld zorg- en onderwijsinstellingen en gemeenten.
De komende jaren houden we ons vooral bezig met het verder invoeren van de ‘Wet op de Jeugdzorg’. Hebben jongeren hulp nodig? Dan is het belangrijk dat ze deze zo snel mogelijk krijgen. Eerder werd de lange wachtlijst in de jeugdzorg weggewerkt dankzij steun van het Rijk. De provincie zal vaker aan de bel trekken bij het ministerie van VWS voor extra middelen.
Elk jaar verlaten veel jongeren hun school. Vaak mét, soms zonder diploma. De provincie wil dat jongeren allemaal een ‘startkwalificatie’ hebben. Een startkwalificatie is een diploma waarmee je geschoold werk kunt gaan doen. Iedereen die een MBO-opleiding afrondt op tenminste niveau 2, krijgt deze kwalificatie.
De provincie vindt sport heel belangrijk. Om te doen en om naar te kijken. Volwassenen, kinderen en jongeren die actief sporten, zijn over het algemeen gelukkiger en gezonder. En sport verbindt mensen; jongeren van verschillende culturen integreren bijvoorbeeld makkelijker. De provincie doet daarom veel voor de sportbeleving in Flevoland; extra budget, meer voorzieningen en ondersteuning bij (inter)nationale sportevenementen.
