18 mei 2017

Exclusief interview met nieuwe gedeputeerde Ad Meijer

“Ik ben benieuwd wat mijn grootmoeder zou zeggen als ze me hier zag zitten.” Ze zou zich geen zorgen hoeven te maken, want de nieuwe SP-gedeputeerde Ad Meijer leunt niet graag achterover. “Later wil ik mijn kleinkinderen niet vertellen wat er had moeten gebeuren, maar wat ik heb gedaan.”

"Ik heb Arie goed gekend"

Ad Meijer oogt ontspannen. De sfeer in het Flevolandse provinciehuis bevalt hem. “Het is een beetje Rotterdams hier,” merkt de onlangs benoemde gedeputeerde op. “In Utrecht heerste meer deftigheid. Hier is de cultuur zakelijker. Resultaatgericht, pragmatisch, doe maar gewoon. Ik ben in de organisatie alleen nog maar mensen tegengekomen die op een positieve manier met hun werk bezig zijn. Ze weten hier van aanpakken. In deze omgeving denk ik heel goed mijn taak te kunnen doen.” Tegelijkertijd beleeft de 60-jarige Meijer zijn benoeming met gemengde gevoelens. “De aanleiding is treurig, want mijn voorganger Arie Stuivenberg is overleden. Dat wil ik ook echt benadrukken tegenover iedereen die met hem gewerkt heeft. Ik heb Arie ook gekend. We werkten samen tijdens de SP-campagne van 2011. Het is een klap geweest dat hij is overleden en daar ben ik mij bewust van.”

Opschuiven naar links

Meijers benoeming tot gedeputeerde markeert een nieuwe fase in zijn kleurrijke politieke loopbaan. De Amersfoorter groeide op in een conservatief-liberaal milieu, voegde zich een aantal jaren later bij de christen-democraten en bekeerde zich ten slotte tot het socialisme. “Om met Dries van Agt te spreken: ik ben in de loop der tijd ieder jaar een beetje linkser geworden. In de Ondernemingsraad van een bedrijf waar ik werkte, kwam ik in aanraking met onderwerpen die politiek geladen zijn. Ik zag hoe mensen soms werden behandeld. Toen schoof ik al meteen naar links op.”

Inkopen en verkopen

In 2009 besloot Meijer zijn succesvolle handel in medische instrumenten te verkopen. Hij wilde niet langer toekijken. Als fractievoorzitter van de SP in de gemeenteraad van Amersfoort en de Utrechtse Provinciale Staten liet hij regelmatig van zich horen vanuit de oppositiebankjes. “Ik was recht voor zijn raap, recht uit het hart. Dat vond ik ook mijn taak.” Nu neemt hij voor het eerst plaats op de stoel van bestuurder. “Het is ook echt een uitdaging voor me. In mijn tijd als ondernemer moest ik kunnen inkopen en verkopen. Bij een verkoop moet je klanten verleiden en praat je mee. Koop je in, dan ben je harder en zakelijker. Ook de politiek heeft die twee kanten. De ene kant kende ik al en nu ga ik naar de andere kant. Toch wil ik de identiteit van de SP op een geloofwaardige manier blijven uitdragen. Dat is belangrijk, want mensen hebben hun vertrouwen in de politiek verloren. Ik zal me dienstbaar opstellen, maar houd ook van een scherp debat.”

Drempels wegnemen   

Als gedeputeerde is Meijer onder meer verantwoordelijk voor de provinciale dossiers openbaar vervoer, natuur en landschap en financiën . De Oostvaardersplassen is een bijzonder gebied, heel fascinerend. Ook de discussie rond dat onderwerp vind ik heel interessant. Mijn hart ligt bovendien bij het busvervoer. Ik zal er heel scherp op letten dat het openbaar vervoer voor iedereen toegankelijk en betaalbaar blijft. Waar mogelijk wil ik financiële en praktische drempels wegnemen en zorgen dat alles rond dit thema optimaal geregeld is.”

Rijdende trein

Zelf zal Meijer de komende tijd vast ook regelmatig op het station staan. Hij wil namelijk minimaal gebruik maken van de dienstauto. Wel heeft hij besloten om in Utrecht te blijven wonen. Verschillende fracties in Provinciale Staten hadden hun bedenkingen bij die keuze. Meijer zou immers juist zijn betrokkenheid bij de provincie kunnen tonen door zich in Flevoland te vestigen. De SP’er begrijpt hun reserves. “Sterker nog: ik heb vanuit de gemeenteraad zelf ook eens bezwaar gemaakt toen een bestuurder in een andere provincie bleef wonen. We springen anderzijds nu eenmaal op een rijdende trein. Ik word slechts voor twee jaar benoemd. Maar als ik hier in de Staten had gezeten, zou ik hier ook zeker iets over gezegd hebben.”