Programmatische Aanpak Stikstof (PAS)

Wat is het probleem?

In een dichtbevolkt land als Nederland is het een uitdaging om een evenwicht te vinden tussen veerkrachtige natuur en gezonde economie. De overheid wil ruimte geven aan ondernemers, omdat zij belangrijk zijn voor onze economie. Tegelijkertijd moeten economische activiteiten passen binnen de draagkracht van de natuur. Al jaren is er in Natura 2000-gebieden een overschot aan stikstof (ammoniak en stikstofoxiden). Dit is schadelijk voor de natuur, waardoor de vergunningverlening voor economische activiteiten wordt belemmerd.
Het doel van de Regeling programmatische aanpak stikstof (PAS) is ruimte voor economische ontwikkelingen, sterkere natuur en minder stikstof. In de PAS werken overheden en maatschappelijke partners samen om de stikstofuitstoot te verminderen maar ook economische ontwikkelingen mogelijk te maken. De Regeling is op 1 juli 2015 in werking getreden.

Wat is de oplossing?

De PAS maakt inzichtelijk dat Nederland met een totaalpakket aan bestaand en aanvullend stikstofbeleid en ecologische herstelmaatregelen ervoor zorgt dat de Europese natuurdoelen worden gehaald. En binnen dat totaal aan maatregelen schept de PAS tegelijk ruimte voor nieuwe en uitbreiding van bestaande economische activiteiten. Uitvoering van de herstelmaatregelen is een wettelijke plicht voor de betrokken overheden en de PAS wordt geborgd via monitoring en bijsturing. Dit alles maakt de PAS als totaalplan ambitieus, maar ook realistisch. De PAS steunt op twee pijlers om de doelen van Natura 2000 zeker te stellen:

  • Het blijvend laten dalen van de stikstofdepositie door het nemen van maatregelen aan de bron, zoals mest aanwenden met weinig stikstofverliezen en het gebruik van aangepast voer;
  • Het uitvoeren van herstelmaatregelen voor stikstofgevoelige natuur, bijvoorbeeld stikstofrijke grondlagen te verwijderen.

Ontwikkelingsruimte

De PAS bepaalt dat een deel van de daling van de stikstofdepositie mag worden ingezet voor nieuwe projecten of projecten waarin uitbreiding van bestaande stikstofemissie aan de orde is. Dit noemen we de ontwikkelingsruimte. Op deze manier blijft de stikstofdepositie dalen, terwijl er ruimte is voor economische ontwikkeling. En daarmee ook voor investeringen in schonere productietechnieken, zoals emissie-arme stalsystemen in de veehouderij. Zo ontstaat een evenwichtige benadering, waarbij economische activiteiten mogelijk blijven onder voorwaarde dat de gestelde natuurdoelen worden gehaald. De PAS is onderdeel van de huidige Natuurbeschermingswet,  het van kracht worden van de Regeling is dus een wijziging van de bestaande Natuurbeschermingswet.

Hoe werkt de PAS-regeling in Flevoland?

In vergelijking met de andere provincies pakt  de PAS in Flevoland anders uit. Zo zijn er in Flevoland geen Natura 2000 gebieden die stikstofgevoelig zijn.  Daarmee is de provincie geen bevoegd gezag voor het PAS dossier in het kader van de Natuurbeschermingswet. Dit betekent dat bij uitbreidingen Flevolandse ondernemers voor een vergunningaanvraag bij de provincies Gelderland, Overijssel, Friesland of Noord-Holland moeten zijn. Voor Flevoland biedt de PAS ruimte voor de uitwerking van de Floriade, Flevokust, woningbouw Almerehout en de landbouw. Voor deze prioritaire projecten en de  Flevolandse veehouderijen is vooraf in de Natura 2000 gebieden in Friesland, Overijssel, Noord-Holland en Gelderland stikstofdepositieruimte gereserveerd. Om te waarborgen dat in Flevoland ongeveer 100 veehouderijen zich kunnen ontwikkelen is een ruimtelijke zonering ingesteld. De  beschikbare ontwikkelruimte is verdeeld in 3 prioritaire projecten met de zones 5-0 km, 10-5 km en 99-10 km afstand van de Natura 2000 gebieden in de andere provincies, zie Handreiking PAS voor aanvragers (pdf, 1,3 MB), schematisch en op hoofdlijnen de situatie in Flevoland.

Andere manier van meldingen indienen voor Flevolandse ondernemers

Op 15 december 2015 is de eerste partiĆ«le herziening van de PAS van kracht geworden. Het rekenmodel AERIUS is op onderdelen aangepast waardoor de meldingen van Flevolandse initiatiefnemers op een andere manier moeten worden ingediend. Wanneer alle gegevens van de melding zijn ingevoerd moet de melding niet via AERIUS worden ingediend maar naar de initiatiefnemer zelf worden geĆ«xporteerd. Deze mail met rekenresultaten dient de initiatiefnemer vervolgens digitaal in bij: provincie Flevoland,digitaal loket. De indiener ontvangt daarna een mail dat de melding is ontvangen. De provincie voert de melding in in AERIUS Register. Na de doorrekening blijkt pas of de benodigde depositieruimte er ook is voor de ingediende meldingen. De initiatiefnemer krijgt dan ook pas  later een bevestiging (inclusief kenmerk) met de mededeling dat de activiteit past binnen de beschikbare depositieruimte  en dat de berekening is toegevoegd.

Vragen

Wanneer u vragen heeft of informatie zoekt kunt u de website http://pas.bij12.nl/ raadplegen, of bij specifieke Flevolandse vragen het contactformulier invullen.