Regeling Niet-productieve investeringen water - Pijler 2

Tussen 19 november 2018 09.00 uur en vrijdag 11 januari 2019 17.00 uur was de subsidieregeling 'Niet-productieve investeringen water - pijler 2' opengesteld. Daarmee werd 2,1 miljoen euro via subsidies beschikbaar gesteld voor het verbeteren van het watersysteem in het landelijke gebied van Flevoland.

De regeling

Deze 'pijler 2-variant’ van de maatregel ‘Niet-productieve investeringen water’ is al eerder opengesteld in de zomer van 2016. Toen was er 12,5 miljoen euro beschikbaar, die bijna volledig is toegekend. De  openstelling in 2016 was specifiek gericht op waterkwaliteitsverbetering en de Kader Richtlijn Water (KRW). Via de recente openstelling werd het resterende budget dat via het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) beschikbaar is voor 'Niet-productieve investeringen water' opengesteld. De focus van de subsidieregeling is daarbij verbreed ten opzichte van de vorige openstelling. Naast maatregelen die bijdragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit werd nu ook de mogelijkheid geboden om subsidie aan te vragen voor projecten die zich richten op de verbetering van het watersysteem en de waterkwantiteit. Voorwaarde daarbij was dat aanvragers zelf de cofinanciering van 50% regelen bij een Nederlandse overheid, de investeringen altijd een directe link moeten hebben met de landbouw en niet leiden tot een aanmerkelijke stijging van de waarde of rentabiliteit van een (agrarisch of anderszins) bedrijf. 

Verschillende Europese middelen: verschil in voorwaarden

De maatregel ‘Niet productieve investeringen water’ is een van de negen maatregelen uit het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3). Van de 2.100.000 euro die via deze 'pijler 2' subsidiemaatregel opengesteld is, komt de helft uit het reguliere Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), ook wel pijler 2 genoemd. De overige 50% moet in de vorm van cofinanciering door een of meer Nederlandse overheden bijeen worden gebracht. Omdat werd verwacht dat vooral waterbeheerders subsidie zouden aanvragen, heeft de provincie niet bij voorbaat cofinanciering beschikbaar gesteld. Aanvragers moesten in hun subsidieaanvraag duidelijk maken hoe de cofinanciering voor het project is geregeld. Het verschil met de op 3 september jl. opengestelde subsidieregeling 'Niet-productieve investeringen water' is dat dat een zogenaamde 'pijler 1'- regeling is. Pijler 1-regelingen worden voor 100% gedekt vanuit modulatiegelden uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De Tweede Kamer heeft eind 2013 besloten om een deel van de middelen uit het GLB in te zetten voor het realiseren van de internationale doelen waterdoelen (Kaderrichtlijn Water en Nitraatrichtlijn), met de opdracht dit expliciet te koppelen aan investeringen op het boerenerf door (collectieven van) agrariërs om deze doelen te behalen. Doordat de herkomst van de middelen anders is, gelden voor de twee varianten in de maatregel 'Niet-productieve investeringen water' ook andere voorwaarden.

Hoogte van de subsidie

Het subsidieplafond voor deze maatregel is vastgesteld op 2,1 miljoen euro. Projecten die bijdragen aan de verbetering van het watersysteem (waterkwaliteit en/of waterkwantiteit) zijn 100% subsidiabel. Daarom is er geen eigen bijdrage van de aanvrager nodig. Wel moest de aanvrager in zijn aanvraag duidelijk maken hoe aan de 50% cofinancieringseis wordt voldaan. Om een robuuste aanpak van de waterdoelen te stimuleren, werd de ondergrens van de aan te vragen subsidie gesteld op €500.000. Aanvragen waarbij het subsidiebedrag lager uitvalt dan deze ondergrens komen niet in aanmerking voor subsidieverstrekking. 

Openstellingstermijn

De openstellingstermijn voor deze regeling (19 november 2018 09.00 uur tot 11 januari 2019 17 uur) is inmiddels verstreken. Er kan daarom geen subsidie meer worden aangevraagd voor deze regeling, die zich richtte op landbouwers, grondeigenaren en –gebruikers, landbouworganisaties, natuur- en landschapsorganisaties, overheden of samenwerkingsverbanden hiervan. 

Subsidieverstrekking

De behandeling van de subsidieaanvragen loopt via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl). De subsidieverstrekking vindt plaats op basis van een tender. Dat betekent dat gedurende de hele openstellingsperiode aanvragen konden worden ingediend en pas na afloop van de periode een beoordeling plaatsvindt. Gedeputeerde Staten hebben daarvoor een onafhankelijke Adviescommissie ingesteld, die aan de hand van vooraf gestelde selectiecriteria beoordeelt welke aanvragen gehonoreerd worden. De tendersystematiek houdt ook in dat wanneer er tijdens deze beoordeling onduidelijkheden in de aanvraag blijken te zijn, er geen mogelijkheid meer is om aanvullende stukken ter verduidelijking aan te leveren. Het is in een tenderprocedure dus belangrijk om een volledige en duidelijk aanvraag in te dienen. De hoogst scorende aanvragen komen in aanmerking voor subsidie, tot het subsidieplafond voor de openstelling is bereikt. De resterende projecten worden op financiële gronden afgewezen. Over de selectiecriteria en de wijze waarop de rangschikking van de binnen de termijn ontvangen subsidieaanvragen tot stand komt kunt u meer lezen in het openstellingsbesluit. De toekenning van de subsidies vindt uiterlijk 22 weken na de sluiting van de openstellingsperiode plaats, naar verwachting in de zomer van 2019.

Relevante links

Aanmelden voor POP3

Meld u aan voor deze nieuwsbrief. Bekijk ook onze andere nieuwsbrieven