Stikstof en vergunningen

Wanneer u een project wilt uitvoeren waarbij stikstof vrijkomt, dan heeft u waarschijnlijk een natuurvergunning nodig (Wet natuurbescherming). Om een vergunning te krijgen, moet u kunnen aantonen dat stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden geen schade ondervinden van de stikstofuitstoot. Welke mogelijkheden en regels er zijn om dat te bereiken, leest u op deze pagina.

  1. Bereken eerst het effect van stikstof uit uw project. Dat kan met het online programma AERIUS-calculator. Vaak is het verstandig om dit door een adviseur te laten doen. Heeft u een effect van meer dan 0,0049 mol/ha/jaar op enig stikstofgevoelig habitattype dan bent u vergunningplichtig. Afgerond komt dit neer op 0,01 mol/ha/jaar of meer. Wanneer de berekening aangeeft dat er geen effecten zijn op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, dan heeft u geen vergunning nodig. Het is wel verstandig om de berekening te bewaren voor eventuele bedrijfscontroles door de toezichthouder.
  2. Reduceer uw stikstofdepositie. Om een vergunning te krijgen, moet u de stikstofdepositie van uw project omlaag brengen naar minder dan 0,005 mol/ha/jaar. Dat kan op twee manieren: intern salderen of extern salderen. Deze regels zijn vastgelegd in provinciale beleidsregels.
  3. Alternatieven wanneer volledige reductie niet mogelijk is. Wanneer het niet mogelijk is om uw stikstofdepositie te reduceren, dan kunt u (laten) onderbouwen dat er geen significant effect is (ecologische onderbouwing). Dit kan alleen als u een heel laag effect op een beperkt aantal Natura 2000-gebieden heeft.

Bij projecten van groot openbaar belang is er tenslotte nog de ADC-toets. Daarbij moet u aantonen dat er geen alternatief is met minder effecten op e natuur, er een dwingende reden van groot openbaar belang is en dat de schade aan de natuur wordt gecompenseerd. Bekijk ook onderstaande video.

Intern salderen

Dit betekent dat de nieuwe ontwikkeling binnen de bestaande emissierechten van een locatie (of plangebied) past. Dit kan gerealiseerd worden door het treffen van stikstofreducerende maatregelen, maar bijvoorbeeld ook door het overstappen van de ene activiteit op de andere. Een voorbeeld van het laatste is de aanleg van een klein bedrijventerrein op de locatie van een (voormalige) veehouderij. U lost het dus binnen het eigen project op. Sinds een recente uitspraak van de Raad van State is er voor intern salderen geen vergunning meer nodig. Wij raden u echter aan uw (project)plan wel door de provincie te laten toetsen, omdat de huidige vergunde situatie niet altijd als referentie gebruikt mag worden voor de Wet natuurbescherming.

Extern salderen

Dit houdt in dat een aanvrager van een vergunning elders (in de omgeving) rechten overneemt om zijn activiteiten uit te voeren. Dat kan bijvoorbeeld door een bedrijf op te kopen als een ondernemer stopt. U kunt dan 70% van de stikstofrechten van dat bedrijf inzetten voor uw eigen project. De overige 30% komt ten goede aan de natuur. Met extern salderen lost u het probleem op buiten uw eigen project. Wilt u gebruikmaken van extern salderen, dan moet u vooraf een melding doen bij de provincie. Neem hiervoor contact op met stikstof@flevoland.nl.

Verleasen

Daarnaast is het voor projecten met een tijdelijke uitstoot mogelijk om stikstofruimte te leasen bij een bedrijf dat die ruimte op dat ogenblik niet nodig heeft. Er moet daarbij wel sprake zijn van vergunde rechten die tijdelijk niet gebruikt worden door de vergunninghouder die deze ruimte verleast. Over het algemeen zullen alleen projecten met een tijdelijk stikstofprobleem in de aanlegfase hiervan gebruik kunnen maken.