
Inkomsten en uitgaven van de provincie moeten jaarlijks worden geraamd in een begroting. Net zoals gemeentebesturen en regering dat doen. Daarbij is het ook verplicht om een meerjarenberaming voor een periode van ten minste vier jaar te maken. De Begroting en meerjarenberaming worden voorbereid door Gedeputeerde Staten en vastgesteld door Provinciale Staten.
De provincie is voor haar geld vrijwel geheel afhankelijk van de regering. De belangrijkste bron van inkomsten is het Provinciefonds, waarin het Rijk jaarlijks een deel van de belastingopbrengst stopt en verdeelt over de twaalf provincies. Daarnaast zijn er uitkeringen voor een vastomschreven doel, de zogenaamde specifieke uitkeringen.
Behalve uitkeringen uit de Rijksschatkist heeft de provincie enkele eigen inkomsten. De belangrijkste daarvan wordt gevormd door de "opcenten op de motorrijtuigenbelasting". Dat is een toeslag op de wegenbelasting die per provincie kan verschillen. Een andere bron van inkomsten voor de provincie wordt gevormd door de zogenaamde leges. Dit zijn vergoedingen die men moet betalen voor provinciale stukken of verleende diensten.
