
In 2012 wil de provincie voorsorteren op de overheveling van de jeugdzorg naar gemeenten. Dat betekent dat we er rekening mee houden dat wat we doen ook in een nieuw stelsel relevant is. Daarom ook zijn de Flevolandse gemeenten betrokken geweest bij de totstandkoming van dit uitvoeringsprogramma. In Flevoland wordt met het GAAF-programma al jaren gewerkt aan een betere aansluiting onder het motto: één kind, één gezin, één plan. In 2012 wordt nog meer ingezet op een goede aansluiting.
In de Flevolandse jeugdzorg staat de cliënt centraal. Cliëntenparticipatie moet goed geregeld zijn. Uitgangspunten zijn dat de cliënt en het netwerk mag meepraten en waar mogelijk meebeslissen, en dat de hulp is gericht op het zo snel mogelijk terugkeren naar het gezin. De provincie geeft het cliëntenbeleid een Flevolands profiel door taken die door landelijke organisaties werden uitgevoerd, onder te brengen bij het Flevolandse Centrum voor Maatschappelijke Ontwikkeling (CMO).
Het gebruik van jeugdzorg is in 2010 hoger dan in het jaar daarvoor. Toch is het gelukt om de wachtlijsten minimaal te houden. In 2012 zal opnieuw moeten worden uitgegaan van schaarste, wat een nauwkeurige afstemming van vraag en aanbod noodzakelijk maakt. De provincie laat zich bij het inkopen van het zorgaanbod leiden door het inkoopadvies van Bureau Jeugdzorg, dat ook met gemeenten wordt besproken.
Flevoland gaat in 2012 experimenteren met jeugdzorg zonder indicatie. Ook is er een 2012 extra aandacht voor het versterken van de deskundigheid en kennis op het gebied van hulpverlening aan kwetsbare meiden, en het verbeteren van de zorglogistiek binnen jeugdzorginstellingen.
In 2012 zal de provincie blijven inzetten op een goede samenwerking tussen BJZ en de Raad van de Kinderbescherming. Voor jongeren die met meervoudige problematiek kampen, gaat de provincie met gemeenten en ketenpartners de vraag naar intersectorale zorg in kaart brengen, op basis waarvan samenwerkingafspraken kunnen worden gemaakt met de GGD en zorgkantoren. Landelijke initiatieven als het verminderen van de regeldruk in de jeugdzorg en professionalisering zullen in Flevoland ook worden uitgevoerd.
Bij het sturen van de jeugdzorg wordt gebruik gemaakt van marktprincipes, maar ook in 2012 wordt niet gekozen voor een model van open concurrentie. Open concurrentie staat op gespannen voet met samenwerking in de keten en kan de kwaliteit en continuïteit van de zorg in gevaar brengen. De provincie wil afrekenen op resultaat, en zet daarom in op het gebruik van prestatie-indicatoren door de jeugdzorginstellingen. De provincie stuurt er ook op, dat middelen doelmatig worden ingezet. Het afrekenen van de zorg op basis van de standaard 20 bekostigingseenheden past hierbij. Uiteindelijk moet de vraag van cliënten altijd kunnen worden uitgedrukt in cliëntrajecten en categorieën van zorgzwaarte.
Er is in de afgelopen jaren veel verbeterd op het gebied van beschikbaarheid en kwaliteit van beleidsinformatie. Met oog op de overheveling zullen in 2012 de provincie en gemeenten meer beleidsinformatie uitwisselen en de gegevens die Bureau Jeugdzorg ieder kwartaal aan gemeenten levert gezamenlijk analyseren. Er komt een jeugdzorgmonitor waarin gegevens over instroom, doorstroom en uitstroom gekoppeld worden aan inzicht in de capaciteitsbehoefte, de actuele zorgconsumptie, en een realistisch inzicht in wachttijden voor (onderdelen van) zorg.
Er is in 2012 nauwelijks minder geld beschikbaar voor de jeugdzorg dan in 2011. Incidentele middelen, die in 2010 en 2011 zijn ingezet, zullen in 2012 niet meer beschikbaar zijn. Daar staat tegenover dat de doeluitkering zal toenemen omdat een andere – voor Flevoland gunstiger – verdeling gedeeltelijk wordt toegepast.
