Hofstra wil landschapstinten kleurig vermengen

8 nov 2019

Goed, genoeg gesproken. Nu de inkt van het coalitieakkoord opdroogt, stropen de bestuurders van het Nieuwe Land hun mouwen op. In de rubriek ‘Ruimte voor de Toekomst’ steken de afzonderlijke gedeputeerden maar meteen een spade dieper en laten ze elk hun persoonlijke licht schijnen over de gemaakte afspraken. Zodra gedeputeerde Harold Hofstra (ChristenUnie) terugdenkt aan afgelopen zomer, lichten zijn ogen op. “Ik ben naar Lowlands geweest. Ik weet niet eens welke bands er allemaal waren en dat maakt me eerlijk gezegd ook niet eens zo veel uit, ik heb genoten van de sfeer. Ik was  daar op uitnodiging van de gemeente Dronten voor de eerste keer, maar misschien zien ze me volgend jaar wel weer.”

‘Mister Oostvaardersplassen’ 

Tijdens zijn vakantie verdween Flevoland voor even naar de achtergrond. Zelfs de ontwikkelingen in de Oostvaardersplassen volgde hij deze zomer enkel op afstand. In deze nieuwe collegeperiode valt de uitvoering van het beleidskader Van Geel namelijk onder de politieke verantwoordelijkheid van zijn collega Michiel Rijsberman, die ook het omringende Nationaal Park Nieuw Land onder zijn hoede heeft. “Het is wel een dubbel idee dat ik niet verder ga met dit thema, maar de koppeling met de uitvoering van het Nationaal Park Nieuw Land is logisch” vindt Hofstra. “ Vaker dan hem lief was voelde hij zich in het verleden echter heel persoonlijk aangesproken op de gebeurtenissen. “Ik werd een soort ‘Mister Oostvaardersplassen’. Zelfs op vakantie in Frankrijk hoorde ik tijdens het interpellatiedebat mijn naam nog noemen door aanwezige actievoerders. Terwijl ik als gedeputeerde juist uitvoering geef aan een gezamenlijk collegebeleid. Het is daarom ook een bewuste keuze geweest om dit onderwerp in deze nieuwe periode  over te dragen.”

Biodiversiteit

Hofstra richt zijn aandacht nu op aangrenzende velden. In nauwe samenwerking met medebestuurder Jan-Nico Appelman draagt hij zorg voor de bloeiende natuur in Flevoland. “We moeten natuur en landbouw in de komende jaren nog veel sterker met elkaar verbinden,” zegt Hofstra. “Daarom gaan we aan de slag met een speciaal Masterplan Biodiversiteit. Daarin zie ik echt kansen voor ons. We zijn al een bijenvriendelijke provincie, maar we kunnen veel meer doen. Daarvoor is het belangrijk dat natuur en landbouw elkaar meer aanvullen, zoals ook de visie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij is. Op het gebied van kringlooplandbouw en duurzaamheid zijn er veel kansen in Flevoland. Boeren zijn geen concurrenten van de natuur, ze staan daar juist heel dichtbij.”

Groen en blauw

Bovendien kleurt het groen in Flevoland volgens Hofstra vloeiend bij blauwe wateren. “Mijn taken passen goed bij elkaar,” stelt hij. “Ik ben ook nauw betrokken bij het waterprogramma dat in 2021 klaar moet zijn. We bedenken bijvoorbeeld hoe we omgaan met drinkwatervoorziening en waterzuivering. Dat doen we in overleg met het waterschap. Zo’n samenwerking is best uniek. Het groen en blauw zijn belangrijke onderdelen in mijn portefeuille.” Hij grinnikt. “Ik zeg wel eens gekscherend: dan ga ik dus eigenlijk overal over.”

Gouden randje

Zijn portefeuille heeft zowaar een gouden randje. Als gedeputeerde bewaakt Hofstra immers ook de financiële balans van de provincie. “Wees gerust, we staan er goed voor,” zegt hij kalm. Goed genoeg om een eerlijk minpuntje aan te stippen. “We hebben natuurlijk een flinke tegenvaller gehad, omdat leasebedrijf Athlon op papier uit onze provincie is vertrokken. Daardoor betalen zij belasting aan een andere provincie. Heel jammer, maar we hebben de werkgelegenheid voor Flevoland kunnen behouden. Het is belangrijk dat we in gesprek blijven met de bedrijven die zijn gevestigd in Flevoland om zo te kijken hoe we deze bedrijven kunnen behouden.”

Goed gesprek

Ook voor burgers houdt Hofstra graag een plekje vrij aan de gesprekstafel. Zoals de boze boeren die hij een paar weken geleden tegenover zich trof. Zij maakten ernstig bezwaar tegen de maatregelen die de provincie recent heeft genomen om de stikstofuitstoot te beperken. “Na de uitspraak van de Raad van State zat alles op slot. Met het oog op de boeren wilden we de vergunningverlening snel vlot trekken, maar juist in dat tempo zat voor hen de pijn. We hebben afgesproken met elkaar in gesprek te blijven. Want alleen samen komen we verder. Ik hoop dat we ook als college samen die verbinding met de samenleving zoeken.”