Appeltje eitje

Ziehier: de appel. Een traditioneel product waar je veel kanten mee op kunt. Deze roodgele rakkers heten Elstars en groeien in de boomgaard van Nicole Smits in Zeewolde. Ze zijn heerlijk sappig. Lekker om zo uit het vuistje te eten, heel geschikt om appelsap of appelmoes mee te maken, maar ook lekker om in de zuurkool te stoppen. Of probeer eens een chutney!

Gezond, met een kleine footprint

“Meer appels eten zou de mens goed doen,” denkt Nicole. Niet alleen omdat ze écht Nederlands zijn en dus zo uit de polder komen, maar ook omdat ze zo gezond zijn. Er zitten veel natuurlijke suikers in en bovendien zijn appels rijk aan vezels en kalium. Dat mineraal is goed voor je bloeddruk. In de boomgaard van Nicole tieren de appeltjes welig volgens de traditionele manier, dus zoveel mogelijk zonder bestrijdingsmiddelen. In september wordt er geoogst – zo’n 700 ton appels per jaar. Hiervan wordt een deel naar lokale supermarkten en groenteboeren gebracht, en een ander deel wordt verkocht in de eigen boerderijwinkel. “Ja, de consument staat bij ons dicht bij de boer,” zegt Nicole. En doordat dit product zo lokaal kan worden afgezet, blijft de footprint klein.

Appel voor appel

Dat de appeltjes in weer en wind buiten hangen, maakt dat ze sterker zijn, hoewel ook vatbaar voor verkoudheid. Maar goed, met die stress moet je kunnen omgaan als appelboer, vindt Nicole. Eén keer per jaar plukken zij en haar personeel of hun leven ervan afhangt. Wel zes weken lang, met de hand. “Een appel moet je behandelen als een ei,” zegt Nicole. “Niet butsen, want dan gaat hij rotten. Appel voor appel leggen we ze in kisten.” Met fluwelen handschoentjes, als het ware. “Alle appels hebben een bestemming,” vertelt Nicole. Haar boerderij produceert geen afval. “Appels met een plekje eraan gaan in ons eigen sap!” Alle vruchten komen dus terecht bij de consument, soms als los fruit, soms als sap of moes. Behalve natuurlijk de rotte appels. Die gaan naar varkens van de buurman. Die smullen ervan.