Voortgang

Sinds 2012 zijn de volgende projectinitiatieven gehonoreerd met een bijdrage uit de Zuiderzeelijnmiddelen:

  • Vollenhoverbrug
  • Stichting CompoWorld
  • De Parel van Flevoland
  • e-Optima
  • Masterplan Duurzame Visserij
  • Masterplan Agrofoodcluster
  • Flevotracks
  • Maritieme cluster Bravehaert
  • Waardevol Waterloopbos
  • Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland
  • Daarnaast is het projectinitiatief Wereld Erfgoed Centrum Schokland momenteel in behandeling.

Beschikbare Zuiderzeelijngelden

Het totaalbedrag dat is beschikt ten behoeve van de bovengenoemde projecten is circa 16,5 miljoen euro. Dit komt neer op ruim 75% van de 21,5 miljoen euro die is geprogrammeerd via het programma Zuiderzeelijngelden. Voor de resterende looptijd van het programma is nog 5 miljoen euro aan middelen beschikbaar. Daarnaast is 16,5 miljoen euro toegekend aan de realisatie van het N50-traject Ens – Emmeloord (2016).

Aanpassing programma

Op basis van de conclusies en aanbevelingen van de afgesproken tussentijdse programma-evaluatie, hebben provincie en de gemeenten Noordoostpolder en Urk voorgesteld het programma zodanig aan te passen,  dat het resterende ZuiderZeeLijngeld optimaal kan worden benut voor economische impulsen in Noordelijk Flevoland. Provinciale Staten en de Raden van de gemeenten Noordoostpolder en Urk hebben in juli 2017 de voorgestelde wijzigingen vastgesteld. Daarmee wordt een aantal belangrijke veranderingen voor het programma geëffectueerd: 

  • De maximering van de bijdragen van de gemeenten aan een project wordt in bepaalde gevallen losgelaten. Aanvankelijk kon per gemeente maximaal 2,5 miljoen euro per project uit ZZL-middelen beschikbaar worden gesteld. Voor de realisatie van grootschalige projecten met relatief veel impact op de economische ontwikkeling van het gebied wordt deze bovengrens losgelaten. Het zal daarbij dan meestal gaan om initiatieven die via de overheden en niet via een bottom-up proces worden aangemeld.
  • Ook is besloten het gehele controlesysteem te vereenvoudigen zodat projectinitiatieven met minder administratieve lasten te maken krijgen.
  • Daarnaast is besloten om de private cofinancieringseis niet meer op projectniveau maar op programmaniveau toe te passen. Concreet betekent dit dat wordt afgezien van de oorspronkelijke 33%-eis voor private cofinanciering per project. Wel moet de bijdrage van 33 % private cofinanciering voor het hele programma op 33% uitkomen.
  • Om ruimte te creëren voor de aangepaste aanpak wordt de looptijd van het programma met twee jaar verlengd (tot eind 2022). Daarmee wordt de termijn voor het besteden van de ZuiderZeeLijngelden in Noordelijk Flevoland gelijk getrokken met de programmaperiode van het Noord-Nederlandse ZZL-programma.

Meer informatie