Raamontheffing Almere Havendreef

Op grond van artikel 20 van de Tracéwet bevordert de Minister van Infrastructuur en Milieu een gecoördineerde voorbereiding van de besluiten op de aanvragen om vergunningen en van de overige ambtshalve te nemen besluiten met het oog op de uitvoering van een Tracébesluit. Op deze besluiten is de Crisis- en  Herstelwet van toepassing. In het kader van deze coördinatie geeft de Minister van Infrastructuur en Milieu kennis van het feit dat het volgende besluit is genomen.

Welk besluit is genomen en ligt ter inzage

In opdracht van Rijkswaterstaat realiseert Parkway6 Construction VOF de verbreding van de A6, tussen Almere Havendreef en Almere Buiten-Oost over een lengte van circa 13 km. In combinatie met deze ingreep wordt ruimte gecreëerd voor de gebiedsontwikkelplannen van de gemeente Almere in de omgeving van de A6. De grondslag voor de werkzaamheden aan de A6 is het tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam–Almere (SAA) 2011. Voor de uitvoering van het tracébesluit is onderstaand ontwerpbesluit genomen, overeenkomstig de procedure van artikel 20, lid 4, van de Tracéwet in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Bij besluit van 31 januari 2017, kenmerk 1975047, is door Gedeputeerde Staten van Flevoland een (raam)ontheffing verleend op grond van artikel 7.7 van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland (VFL) voor het gebruik maken van de openbare weg, anders dan waartoe deze bestemd is door daarin, daarop, daaronder of daarboven werken te maken of te behouden dan wel daarin, daarop, daaronder of daarboven op andere wijze handelingen te verrichten. Het besluit heeft betrekking op:

  • Inleidende verkeersmaatregelen voor de uitvoering van werkzaamheden binnen het aangegeven gebied;  
  • Faseringen;
  • Aanpassingen aan VRI-installaties;
  • Bouw kunstwerken
  • Werkuitritten;
  • Werkzaamheden aan de verharding en alles wat hier onder valt (zoals markering, grondwerk en kabel- en leidingenwerk);
  • Alle overige bij “werken in uitvoering” gebruikelijk te nemen verkeersmaatregelen met betrekking tot de aansluitingen van de N305/N702/N703 en de Hoge Vaart.

Het besluit is niet gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbesluit.

Stukken inzien

Het besluit en de bijbehorende stukken liggen met ingang van 9 februari tot en met 22 maart 2017 op maandag, dinsdag en donderdag tijdens kantooruren ter inzage op het provinciehuis van Flevoland, Visarenddreef 1 te Lelystad.

Hoe kunnen belanghebbenden beroep indienen

Van 9 februari 2017 tot en met 22 maart 2017 staat voor belanghebbenden beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het instellen van beroep tegen het besluit geschiedt door indiening van een ondertekend beroepschrift dat tenminste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het is gericht, alsmede de gronden van het beroep bevat. Het beroepschrift moet worden gericht aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en dient tenminste te bevatten:

  • Naam en adres van de indiener;
  • De dagtekening;
  • De omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht, dat wil zeggen in ieder geval de vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en zo mogelijk datum en kenmerk van het besluit;
  • Een opgave van de redenen waarom u zich niet met het besluit kunt verenigen.

Tevens dient ten behoeve van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het beroep is gericht te worden overgelegd. Op dit besluit is hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat de belanghebbende in het beroepschrift moet aangeven welke zijn beroepsgronden zijn. Na afloop van de beroepstermijn kunnen deze gronden niet meer worden aangevuld. In het beroepschrift dient tevens te worden vermeld dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is.

Het instellen van beroep schorst de werking van het besluit niet. Indien beroep is ingesteld, kan een verzoek worden gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening, bijvoorbeeld inhoudende een schorsing van het besluit. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Bij het verzoek moet een afschrift van het beroepschrift worden overgelegd. Het verzoek dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:

  • Naam en adres van de indiener;
  • De dagtekening;
  • Een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht, dat wil zeggen in ieder geval de vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en de datum en nummer of kenmerk van het besluit;
  • De gronden van het verzoek (motivering).

Voor het indienen van een beroepschrift en/of een verzoekschrift om een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

Document

Raamontheffing werkzaamheden N305, N702, N703 en Hoge vaart (pdf, 1 MB)