Amsterdams afval naar stortplaats Zeeasterweg

31 jul 2019

Vanwege het acute probleem dat is ontstaan bij het Afval Energie Bedrijf (AEB) in Amsterdam, verleenden provincie Flevoland en  Omgevingsdienst Flevoland Gooi en Vechtstreek (OFGV) een ontheffing voor het storten van maximaal 400 ton per week brandbaar bedrijfsafval op de stortplaats aan de Zeeasterweg. Hiermee wordt een tijdelijke oplossing geboden.

Problemen bij AEB Amsterdam

3 weken geleden is AEB om veiligheidsredenen voor een groot deel stilgelegd. Dit leidt tot grote problemen in heel Nederland. Veel Amsterdams afval kan nu niet verbrand worden. Het Rijk heeft de omgevingsdiensten in Nederland verzocht om, waar mogelijk, een ontheffing te verlenen het storten van dit afval. Afvalzorg is de beheerder van de stortplaatsen in Flevoland. Afvalzorg heeft voor een deel van het afval een oplossing geboden door maximaal 400 ton per week per locatie brandbaar bedrijfsafval te verwerken, waaronder op de locatie aan de Zeeasterweg in Lelystad. Het brandbaar bedrijfsafval wordt gestort, totdat er weer voldoende verbrandingscapaciteit beschikbaar is.

Wat betekent dit precies voor Lelystad?

Na het verlenen van de ontheffing zijn de eerste vrachten afgeleverd bij de stortplaats aan de Zeeasterweg. Wekelijks zal maximaal 400 ton bedrijfsafval naar Lelystad komen, dit zijn 2 à 3 vrachtwagencombinaties per dag. Eenmalig wordt deze week een grotere hoeveelheid gebracht, zo’n 1000 ton. Dit betekent dat het deze week zal gaan om circa 25 vrachtwagencombinaties.

Tijdelijk

De ontheffing voor de stortplaats aan de Zeeasterweg is verleend voor 6.000 ton bedrijfsafval tot 1 november 2019. De provincie en de OFGV gaan er vanuit dat er in die tijd hard gewerkt wordt aan een structurele oplossing voor het brandbare afval, anders dan het storten.

Voorkomen overlast

Om geuroverlast te voorkomen is als voorwaarde gesteld dat het afval nagenoeg geen organisch materiaal bevat. Bovendien wordt het afval dagelijks afgedekt met grondachtig materiaal. Afvalzorg verwacht daarom dat er geen sprake zal zijn van geuroverlast.